Indische
Harderwijkers

▲▲▲▲

OGB Design
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Onze Veteranen

TROEPENTRANSPORT NAAR NEDERLANDSCH-INDIË, 1946-1950


Troepenschepen waren veelal voormalige passagiers-en vrachtschepen, die verbouwd werden om een zo groot mogelijk aantal militairen te vervoeren. En dat kon soms een paar duizend man op één reis zijn. Het m.s. "Bloemfontein", dat in het verleden ook Amerikaanse militairen vervoerde en plaats had voor ongeveer 1800 man, presteerde het zelfs om op één reis 3600 militairen te vervoeren! Het was tijdens de reis dan zo geregeld, dat de ene helft van de soldaten van negen tot drie uur en de andere helft van drie tot negen uur sliep.


In Nederland hadden we twee soorten van troepenvervoer. Er waren schepen, die het Engelse systeem volgden; daar werden 's avonds in de ruimen de hangmatten opgehangen en in diezelfde ruimen werden ook de maaltijden gebruikt. Bij de Amerikanen was het anders. Éen groot ruim werd ingericht als eetzaal en was ook voorzien van een complete keukeninstallatie, die de militairen van eten voorzag. Daar werd gegeten volgens het cafetaria-systeem, d.w.z. de militairen liepen met een in vakjes verdeeld metalen blad langs een uitdeeltafel en namen daar hun complete maaltijd in ontvangst. Maar aangezien de eetzaal slechts een bepaalde capaciteit had, zeg van 250 man, moest, indien het transport 1500 man sterk was, in zes gangen worden gegeten. Dus als de maaltijd om vijf uur aanving en er twintig minuten voor elke maaltijd werd gerekend, was de maaltijd om zeven uur afgelopen. Om dit alles ordelijk te regelen en te voortkomen dat tegen etenstijd alle militairen tegelijk naar de eetzaal gingen, weren zes groepen van 250 man gevormd. Elke groep kreeg een kaart met een eigen kleur. Door de scheepsomroep werd dan bekend gemaakt, welke groep kon komen eten.


Op de Amerikaanse schepen had men grotere en kleinere ruimen om te slapen en wel in soms tot vijf hoog boven elkaar gebouwde standees, vaste ijzeren ramen waartussen zeilgoed was gespannen. Sommige van deze ruimen waren zo groot, dat daar wel 400 militairen konden slapen. De kleine ruimen waren dan bestemd voor de onderofficieren. Al deze ruimen bevonden zich zowel op het voor- als achterschip en meestal telkkens drie onder elkaar, op het C-dek, D-dek en E-dek. Als in het voor eetzaal gebruikte ruim niet werd gegeten, dan was dit ruim mess en ontspanningslokaal. Bovendien was er op dit soort schepen meestal ook nog een filmzaal met enige honderden plaatsen en die werd dan tevensvoor de godsdienstoefeningen gebruikt.

Voor de officieren waren er grotere en kleinere huten en verder hadden zij een eigen eetzaal die, als er niet werd gegeten, ook voor ontspanning gebruikt kon worden.


Aan boord van een troepenschip was er geen kapperszaak, geen winkel en geen cantine.

Maar de CADI (cantinedienst) zorgde ervoor dat de militairen toch van alles konden krijgen, zoals sigaren, sigaretten, chocolade, koeken, pepermunt, zeep, scheerzeep, veters, schoensmeer enz. En 's avonds kon men frisdranken krijgen, waarvoor niets betaald hoefde te worden. Alcoholhoudende dranken werden niet verstrekt; troepenschepen voeren wat men noemt "droog".

We hebben al gezien dat aan boord van een schip andere termen worden gebruikt dan te land.

We spreken niet van slaapkamers met ramen maar van hutten met patrijspoorten en slaapzalen worden aan boord ruimen genoemd. Verder kennen we op schepen een scheepswacht. Omdat dag en nacht wordt doorgevaren, is een onafgebroken besturing, uitkijk enz. nodig, waartoe wacht wordt gelopen. het etmaal wordt verdeeld in wachten van vier uur: de eerste wacht is van 8-12 uur 's avonds en verder is er de hondewacht, dagwacht, voormiddagwacht, achtermiddagwacht en platvoetwacht. Afstanden worden met zeemijlen (1852 meter) aangegeven. Verder wordt aan boord niet gesproken van links en rechts, maar van bakboord en stuurboord. Stuurboord is, als je in de vaarrichting kijkt, rechts en bakboord links. Een ezelsbruggetje om dit te onthouden is de letter 'r', die in recht en stuurboord voorkomt. Verder wordt er aan boord gesproken over loef-en lijzijde.

De kant waar de wind vandaan komt heet de loefzijde en de andere kant de lijzijde. Heeft men last van zeeziekte, dan moet men dat niet aan loefzijde tot uitdrukking brengen! Op een schip spreken we ook niet van voor-en achterkant en middenin, maar van vooruit, achteruit en midscheeps.

De vooruit wordt ook wel de bak genoemd en de opbouw achteruit met het Engelse woord "poop" aangeduid. Tenslotte nog de mededeling, dat de midscheeps de opbouw is rond de machinekamer in het midden van het schip. Op elk schip, dus ook een troepenschip, was de gezagvoerder de hoogste autoriteit aan boord; hij was verantwoordelijk voor de veilige vaart; de scheepsofficieren en de bemanning stonden onder zijn gezag.


Dagindeling, corveediensten, scheepsinspectie

Over het algemeen was de dagindeling aan boord van onze troepenschepen gelijk, maar bij kleinere transporten kon die wel eens wat afwijken. Normaal was de reveille om zes uur en dan had men tot zeven uur de tijd om zijn toilet te verzorgen en zijn standee op te maken. Op laatstgenoemd uur begon het ontbijt. Daarna gingen de corveeploegen aan het werk. Behalve de ruimen moesten alle voor de militairen toegankelijke plaatsen worden schoongemaakt en die schoonmaak duurde tot tien uur, op welk tijdstip de scheepsinspectie aanving. Vanaf het begin van de schoonmaak tot het eind van de scheepsinspectie mochten alleen de corveeploegen in de ruimen, hutten en de film-en eetzaal zijn om daar hun werk te doen.


Tegelijkertijd waren ook die corveeploegen in actie, die het voorbereidende werk voor de maaltijden moesten verzorgen, aardappelen schillen, groente schoonmaken, enz. Om twaalf uur begon de middagmaaltijd. Van twee tot vier moest stilte in acht worden genomen, maar dan konden wel lessen gegeven worden in Indische vorming.Om vijf uur begon dan de avondmaaltijd. Na afloop daarvan, zeg om zeven uur, vingen de avondsluitingen aan door de legerpredikant en de legeraalmoezenier, die in de regel een half uur duurden. De verdere avond werd daarna gevuld met een of meer films of andere recreatie. Als eind van de dag werd meestal tien uur gesteld, daar in was men overigens niet zo precies.


Ook voor zondag gold deze dagindeling, behalve dat er dan 's morgens kerkdiensten voor de protestanten en katholieken werden gehouden . Evenals door de week waren er dan ook weer avondsluitingen. De anders zo strenge schoonmaak mocht dan iets lichter worden opgevat, maar de corveediensten ten behoeve van de maaltijden moesten natuurlijk wel gewoon doorgang vinden. Nog even iets over die corveediensten. Voor een groot transport, zeg van 1500 militairen, waren toch altijd wel 300 corveeërs per dag nodig. En die waren heus wel enige uurtjes met hun grote schoonmaak en het werk voor de maaltijden bezig. Hoe belangrijk die corveediensten ten behoeve van de maaltijden waren, moge uit het volgende blijken. Toen de schrijver van dit boek*(zie bron) eens een reis maakte met ongeveer 1650 militairen aan boord, vertelde de chefhofmeester hem , wat er tijdens die reis op één dag werd verbruikt. Dat waren voor het ontbijt: 1050 liter griesmeel, 8100 sneetjes brood, 1700 gekookte eieren, 80 kilo boter, en 225 kilo leverworst. Voor de lunch volgden 2000 kilo aardappelen, 600 liter rode kool, 350 kilo vlees en 1700 appels. En daar kwam 's avonds nog bij 1050 liter erwtensoep, 8200 sneden brood en 135 kilo worst. Al deze maaltijden werden nog aangevuld met koffie of thee.


Tenslotte nog iets over de scheepsinspectie, die elke morgen aanving om tien uur en meestal werd gehouden door de eerste stuurman. Van de vaste staf gingen mee: de C.O.T. en/of zijn plaatsvervanger, de dokter en de sergeant-majoor-instructeur, welke laatste de leiding had over alle corveediensten. Die inspectie was heus niet mis, want alles werd grondig nagekeken.

Bij het betreden van elke schoongemaakte ruimte meldde zich de commandant van de ploeg, die daar het werk deed. De inspectie begon bij de eetzalen, dan volgden de keuken en de pantries, de slagerij en de bakkerij. Vandaar ging het naar de was-, toilet - en douchezalen; geen wasbak of toilet werd overgeslagen; ze moesten schoon zijn en fris ruiken. Daarna kwamen de slaapruimen aan de beurt: de bedden, muren en vloeren, het licht en de luchtverversing. Voorts de trappen.

En dan ging het naar de filmzaal waar, evenals in de ruimen, de vloer moest zijn gedweild en de banken en muren gesopt. Het hospitaal, de operatiezaal en bijbehorende ruimten moesten uiteraard extra schoon zijn; het koper werd er om de twee dagen gepoetst. Alles kreeg zodoende een grondige inspectie. Van wat gerepareerd of verbeterd moest worden, werd door de stuurman aantekening gehouden. In de regel nam zo'n inspectie meer dan een uur in beslag.


Ontspanning

Met hun corveediensten en lessen in Indische vorming, die de jongens aan boord kregen, was uiteraard maar een klein gedeelte van de dag gevuld. En zo heel veel was er tijdens de reis nu ook niet te zien, behalve dan als een haven werd binnengelopen. En hoewel er onder weg heel wat brieven naar familie en vrienden werden geschreven, bleef er toch nog aardig wat ledige tijd over.

Daarom werd er steeds naar gestreefd om zoveel mogelijk ontspanning te brengen.

Als voorbeeld wordt hier een overzicht gegeven van hetgeen er op dit gebied tijdens een reis van het m.s. "Boissevain" naar Indië werd gedaan; deze reis duurde van 25 april 1947 tot 20 mei 1947 en het transport telde 1807 man. In samenwerking met de bij de onderdelen aangewezen officieren en onderofficieren van de R.A.O. kon het volgende recreatieprogramma worden afgewerkt.

Hieraan werd ook meegewerkt door een uit Nederland van de Niwin meegekregen (Niwa)-cabaret-en muziekgezelschap van drie man.


De fourier van de vaste staf was als gebruikelijk degene, die voor de uitlening van boeken en diverse spelen en sportmateriaal zorgde. Dat waren onder andere dam-,schaak-,domino- en kaartspelen en verder materiaal voor pingpongen, werpspelen, sjoelbakken, paardenrennen enz. Tevens was er een accordeon ter beschikking en daar is vele malen gebruik van gemaakt. Dan werd er een regelmatig verschijnende scheepskrant uitgegeven en daarin verschenen artikelen zowel van de hand van de scheepsofficieren alsook van de militairen.

Die scheepskrant werd 's nachts gedrukt en de volgende morgen uitgegeven. Het drukken werd door de militairen zelf verzorgd. Aan boord hadden ze een filmzaal en een muzieksalon. De regeling was getroffen, dat voor de bemanning bij elke film- en cabaretvoorstelling in de filmzaal drie banken werden vrijgehouden. Verder hadden de gezagvoerder en scheepsofficieren een doorlopende uitnodiging voor alle programma's in de muzieksalon.Van die regelingen werd steeds druk gebruik gemaakt.


Natuurlijk was het ook interessant de voor de militairen niet toegankelijke ruimten van het schip eens te bezoeken. Van scheepszijde werd daaraan alle medewerking verleend. In kleine groepjes kon men excursies naam de brug en machinekamer maken en hiervan werd liefst 51 maal gebruik gemaakt. Om verder enkele cijfers te noemen: er werden 15 film- en 11 cabaretvoorstellingen gegeven. De muziekband speelde tweemaal en er werden 5 piano-recitals aangeboden. Ook het hospitaal werd bij deze programma's niet vergeten. Wat de wedstrijden betreft: op vier avonde waren er bridgedrives, tweemaal was er paardenrennen en eenmaal pingpongwedstrijden.

Voorts kon men nog tweemaal aan hersengymnastiek deelnemen. Dan komen de causerieën: de gezagvoerder hield er twee over nautische aangelegenheden en de purser twee over de civiele dienst (voeding enz.). Een sergeant-majoor sprak tien keer over Indië , een kapitein tweemaal over Nieuw-Zeeland en een kolonel tweemaal over Japanse krijgsgevangenschap. Op 30 april werd Prinsessedag gevierd met 's morgens een toespraak van de veldprediker, gevolgd door samenzang; de verdere dag waren er dekspelen (met prijzen) en 's avonds werden de feestelijkheden door de aalmoezenier gesloten. Op 5 mei werd de bevrijding herdacht, maar alleen 's avonds met cabaret en een causerie, omdat ze overdag door het Suez-kanaal voeren.

Uiteraard was hier een stijlvolle herdenking van de gevallenen aan vooraf gegaan. Aan het eind van deze reis volgden dan nog het bezoek aan Sabang, waar het door hun gevormde militaire elftal met maar liefst 5-0 verloor van Sabang en later het Neptunusfeest.


Bron: "Troepentransport naar Nederlandsch-Indië, 1946-1950"