Indische
Harderwijkers

▲▲▲▲

OGB Design
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Onze Veteranen

HERMAN SCHUURING (1927)


Levensverhaal Indiëveteraan

Herman Schuuring werd op 4 september 1927 in Harderwijk geboren. “Ja, ik ben een echte Harderwieker.” Herman heeft van 1950 tot 1987 bij Philips gewerkt, waar hij in 1957 de leiding over de Philipsvestiging in Culemborg op zich heeft genomen en er met zijn vrouw en kinderen een woning heeft gevonden. Al die tijd heeft hij naar zijn Harderwijk verlangd en in augustus 2010 is hij weer naar zijn geliefde stad teruggekeerd. “Ik fietste door de stad en over de boulevard en zag wat er in die jaren allemaal was veranderd.” Hij heeft een dochter, Marja die in Amsterdam woont en zoon Jan in Haarlem.


Van zijn echtgenote Diny heeft hij 20 jaar geleden al afscheid moeten nemen. Diny is in oktober 1993 overleden. Inmiddels woont Herman met plezier in een verzorgingswoning in de Zeven Akkers.


Op naar Nederlands-Indië

Herman is in de Marinierskazerne in Rotterdam opgekomen. Daarna heeft hij zijn opleiding gevolgd in Bergen op Zoom en vervolgens als korporaal bij de Mariniersbrigade ingedeeld.


Deze Mariniersbrigade is in de Verenigde Staten opgericht en ingezet op Oost-Java. De Tweede Politionele actie duurde van 19-12-1948 tot en met 11-01-1949 en stond bekend onder de naam ‘Operatie Zeemeeuw”. Herman vertrok in 1948 met de Waterman naar Nederlands-Indië, waar hij in Batavia aankwam. Het stoomschip Waterman behoorde tot de categorie “Victory troepentransportschip”. Daarna vervolgde hij zijn reis met een andere boot en kwam na twee dagen in Soerabaja aan. “Ik werd als korporaal bij de Veldartillerie ingedeeld. Onze brigade bezat vier ‘stukken’, de zogenaamde ‘25 ponder’. Ik werd later stukscommandant van het 1e stuk, met dit stuk werd ook ‘ingeschoten’.


         


Bijna gooide een voetbalwedstrijd roet in het eten. “Ja, dat was een beroerd moment, want vlak voor het begin van de Tweede Politionele actie, brak ik tijdens een voetbalwedstrijd in Soerabaja mijn been. Ik werd meteen opgenomen in het Marinehospitaal, waar ik een tijdje heb gelegen zodat mijn breuk kon genezen. Daarna kon ik, met mijn poot bungelend buiten de cabine van mijn GMC (vrachtwagen), toch ‘gewoon’ mee rijden om aan de actie deel te nemen.


Het mooiste moment was zijn bevordering tot sergeant bij het Korps Mariniers. “Ja, dat was heel mooi en dat hebben we ook lekker gevierd. Dat had ik zeker niet willen missen. Het heeft me ook voordelen opgeleverd. Ten eerste ging je wedde omhoog en verder sliepen we als onderofficieren met zes man op een kamer in plaats van op een volgepropte, benauwde legeringkamer.

We hebben natuurlijk ook veel meegemaakt, zoals de kans om de vulkaan de ‘Bromo’te beklimmen. Een komisch moment was toen collega Nol van thuis een pakje had gekregen. Het duurde een flinke tijd voordat een pakket met de zeepost vanuit Nederland bij ons aankwam. Toen hij zijn pakje open wilde maken, spatte dit spontaan uiteen en spoot de bedorven inhoud van dat pakje de hele kamer door. Het was een grote bende want ons beddengoed, kleding, meubilair en uitrustingsstukken kwamen onder dat bedorven voedsel terecht.


Thuis in Harderwijk

De mensen vragen me wel eens of ik spijt van deze uitzending heb gekregen. Ik antwoord dan dat ik nooit één moment spijt van mijn uitzending heb gehad. Het was de moeite waard en ik heb als marinier mijn steentje aan deze operatie mogen bijdragen. Zeker als marinier had je de beschikking over goede uitrusting en de mogelijkheid om versleten kleding bij het magazijn om te wisselen. Dat was bij andere onderdelen stukken minder. Ja, eens een marinier altijd een marinier.”

In 1949 scheepte Schuuring zich met zijn maten op de ‘Kota Inten’ in. “We voeren met de gele vlag in top. Er was pest aan boord uitgebroken en daarbij overleed een jongen, die een zeemansgraf kreeg. In plaats van vier weken duurde de terugreis zes weken en we kwamen mei, juni weer in Nederland aan.” Herman heeft nooit de behoefte gehad om naar Indonesië en Oost-Java terug te gaan. “Mijn vrouw hield niet zo van reizen en zelf had ik er niet echt behoefte aan om daar naar terug te gaan.


Wel heb ik in Roermond veel herinneringen aan die tijd met mijn voormalige maten opgehaald. Jarenlang heb ik als veteraan vanuit Culemborg de reis naar Roermond gemaakt om bij de herdenking aanwezig te zijn. Vaak gingen ook mijn zoon en dochter met me mee, nu laat mijn gezondheid dit niet meer toe. Wel ben ik samen met mijn broer Aart, Harderwijker en ook een gewezen marinier, naar het Mariniersmuseum in Rotterdam geweest, want eens een marinier…“

Klik op een foto voor een uitvergroting